Gevangen in het paradijs: De illusie van het neutrale Zwitserland voor Engelandvaarders
„Illegaal werk was steeds onzeker werk, verricht op de rand van de afgrond.”
— Dr. Loe de Jong
In het voorjaar van 1942 slaagden de jonge mariniers Kors Aelbers en Roelof Vlietstra er na een levensgevaarlijke tocht over de buffers van treinen en door diepe sneeuw in om Zwitserland te bereiken. Toch besloten beiden — Vlietstra na amper een maand en Aelbers een half jaar later — dit veilige toevluchtsoord weer de rug toe te keren.
Waarom kozen zij ervoor om een neutraal land te verlaten en opnieuw de gevaren van bezet Europa te trotseren?
De harde Zwitserse realiteit: Asiel achter prikkeldraad
Volgens berekeningen van historicus dr. Loe de Jong bereikten tot medio juli 1942 circa 280 niet-Joodse Nederlanders het neutrale Zwitserland, onder wie 150 mannen met militaire ervaring. Wie de grens illegaal overstak, kreeg weliswaar onderdak, maar werd vrijwel direct door de Zwitserse grenswacht (Grenzschutz) in bewaring gesteld.
Na verhoor op een politiebureau werden niet-Joodse vluchtelingen overgebracht naar zogeheten Auffanglager (opvangkampen) in het binnenland. Voor Joodse vluchtelingen was het regime meedogenloos: duizenden van hen werden zonder pardon direct aan de grens teruggestuurd (Refoulement), met een wisse dood in de vernietigingskampen tot gevolg.
Vanuit de opvangkampen mochten vluchtelingen contact opnemen met de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een levensmiddelenpakket en een bescheiden zakgeld voor kleding en zeep. De Zwitserse politie wees de verplichte verblijfplaats aan — voor Nederlanders was dat doorgaans het kanton Genève, dat zij op straffe van arrestatie niet mochten verlaten.
Verveling en frictie in Hotel La Bellotte
Samen met tientallen andere gestrande landgenoten werden Aelbers en Vlietstra ondergebracht in het leegstaande hotel La Bellotte in Genève. Er was geen personeel; de mannen moesten hun eigen potje koken en kregen wekelijks tien Zwitserse frank zakgeld van het consulaat.
De Nederlandse gezant in Bern, ridder Bosch van Rosenthal, toonde weinig interesse in de in zijn ogen 'lastige' jongens en schoof het contact af op zijn militaire attaché, generaal-majoor Aleid van Tricht.
Ondertussen liepen de spanningen met de lokale bevolking op. De jonge militairen verveelden zich te pletter, organiseerden luidruchtige feesten en zochten vertier bij lokale vrouwen. De situatie liep zo uit de hand dat de Zwitserse autoriteiten in juni 1942 besloten de Nederlanders over te plaatsen naar sobere, afgelegen werkkampen onder streng militair toezicht, zoals het werkkamp Cossonay in de Jura. Kors Aelbers werd al op 13 maart afgevoerd naar het strafkamp Campo Nuovo bij Locarno.
De onmogelijke route naar Engeland
Voor Engelandvaarders was Zwitserland geen eindbestemming, maar een tussenstation. Ze wilden vechten. Doorreizen naar Engeland bleek vanuit het door de asmogendheden omsingelde land echter nagenoeg onmogelijk:
- Visumbeperkingen: Om legaal door Vichy-Frankrijk naar Spanje en Portugal te reizen, eisten de autoriteiten dat men jonger dan achttien of ouder dan eenenveertig jaar was. Jonge, weerbare militairen als Aelbers en Vlietstra kwamen daarvoor categorisch niet in aanmerking.
- Diplomatieke onmacht: Generaal Van Tricht probeerde met valse geboortedata en discrete afspraken papieren te regelen, maar kon voor grote groepen niets uitrichten. Soms kregen gestrande Nederlanders op het consulaat zelfs het verbijsterende advies om "maar gewoon terug te keren naar bezet Nederland".
- Verzegelde treinen verraden: Pas in het voorjaar van 1942 slaagde Van Tricht erin om enkele tientallen mannen mee te laten reizen in verzegelde Zwitserse treinen die bestemd waren voor Joodse vluchtelingen richting Spanje. In juni 1942 werd deze geheime ontsnappingsroute echter aan de Duitsers verraden en definitief gesloten.
Volgens het Haagse Vredesverdrag was het neutrale Zwitserland internationaal verplicht om buitenlandse soldaten tot het einde van de vijandelijkheden te interneren. Van de 400 Engelandvaarders die Zwitserland tijdens de bezetting wisten te bereiken, zou uiteindelijk slechts de helft ooit voet op Engelse bodem zetten.
De keuze: Berusting of de vlucht voorwaarts
Voor mannen met het temperament van Roelof Vlietstra en Kors Aelbers was lijdzaam afwachten in een werkkamp geen optie:
- Roelof Vlietstra weigerde zijn overplaatsing naar het werkkamp af te wachten. Hij ontvluchtte Genève in maart 1942 met een Nederlandse reisgenoot (die een Duitse infiltrant bleek te zijn), sprong in Bazel op een Duitse goederentrein, maar werd in Frankfurt door de Gestapo gearresteerd. Hij overleefde ternauwernood jaren van zwaar tuchthuis en concentratiekampen in Duitsland.
- Kors Aelbers hakte maandenlang bomen en groef afwateringsgeulen in de Jura. Toen hem duidelijk werd dat er vanuit Bern geen enkel perspectief op doorreis naar Londen bestond, ontsnapte hij in september 1942 uit kamp Cossonay. Hij keerde terug naar Utrecht, sloot zich aan bij de knokploeg van de Oranje Vrijbuiters en zou pas eind 1943 aan zijn tweede, succesvolle etappe naar Engeland beginnen.
Het 'neutrale' Zwitserland bood weliswaar veiligheid tegen deportatie, maar voor wie naar de vrijheid wilde vechten, bleek het een gouden kooi.